• Vakkundig & Ondernemend

  • Vakkundig & Ondernemend

Folkers Advocaten

Bezoekadres: 
Spijksedijk 20a
4207 GN GORINCHEM

Postadres:
Postbus 3001
4200 EA GORINCHEM

Tel:  0183-745340
Fax:  0183-745341
Mail: info@folkers-advocaten.nl 

Uncategorized

 

 Henk Folkers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:

 
Over enkele maanden hoop ik de AOW-gerechtigde leeftijd te bereiken. Van mijn werkgever heb ik te horen gekregen dat mijn dienstverband conform mijn arbeidsovereenkomst vanaf dat moment van rechtswege zal zijn beëindigd. Op mijn vraag of ik dan een transitievergoeding zal ontvangen, antwoordde mijn werkgever dat hij daartoe niet volgens de wet verplicht is. Klopt dit?

 

 Antwoord:

Een transitievergoeding dient enerzijds als compensatie voor de gevolgen van het ontslag en daarnaast het vergemakkelijken van de transitie naar ander werk. Artikel 7:673 lid 7 Burgerlijk Wetboek bevat onder andere de uitzondering op toekenning van de transitievergoeding wanneer het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst geschiedt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. De wetgever heeft daarbij de afweging gemaakt dat de AOW-gerechtigde werknemers een vervangend inkomen ontvangen in de vorm van in ieder geval een AOW-uitkering. Gelet op het laatstgenoemde, is volgens de wetgever de transitie naar ander werk dan ook niet noodzakelijk.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft zich d.d. 2 februari jl. onder andere de vraag gesteld of de desbetreffende wetsbepaling in strijd is met de Europese richtlijn 2000/78 EG tot instelling van een algemeen kader van gelijke behandeling in arbeid en beroep. Zo overweegt het Hof dat het maar de vraag is of uitsluiting van alle AOW-gerechtigden van de transitievergoeding zich wel verhoudt met één van de doelstellingen van de transitievergoeding, namelijk het bieden van financiële compensatie voor het ontslag. Het Hof heeft besloten onder andere deze vraag aan de Hoge Raad voor te willen leggen. Echter, het namens de werknemer ingestelde hoger beroep is vervolgens (helaas) ingetrokken. Dit leidt ertoe dat het antwoord op de vraag van de lezer vooralsnog dient te zijn dat de wet geen transitievergoeding toekent bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. Let wel, indien u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, welke leeftijd niet gelijk is aan de AOW-gerechtigde leeftijd, kan de beantwoording van de vraag of u in het laatste geval recht heeft op transitievergoeding, tot een geheel andere uitkomst leiden.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze column met betrekking tot uw specifieke situatie, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten, of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 


 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 12928

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

 Henk Folkers

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:


Ik woon op dit moment nog bij mijn ouders. Ik wil mogelijk op termijn zelfstandig gaan wonen. Ik heb gehoord dat het huurrecht gaat veranderen. Wat gaat er precies veranderen?

 

 Antwoord:


Het antwoord op de door u gestelde vraag laat zich, net zoals in de column van vorige maand, niet volledig samenvatten in deze column. Binnenkort zal de Wet doorstroming huurmarkt in werking treden. In deze column zal op één onderdeel van de wijzigingen worden ingegaan.

 

Op dit moment is tijdelijke verhuur van woonruimte zeer beperkt mogelijk, zo zijn huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd de standaard. Slechts onder stringente voorwaarden kan op initiatief van de verhuurder de huurovereenkomst woonruimte worden beëindigd. Deze stringente voorwaarden zijn onder andere opgenomen in artikel 7:274 BW. Met bepaalde doelgroepen kunnen op dit moment al afspraken worden gemaakt omtrent het tijdelijk gebruik van woonruimte. Deze doelgroepen wordt uitgebreid met onder andere grote gezinnen, jongeren en promovendi.

 

Ook wordt het mogelijk om huurovereenkomsten voor korte duur te sluiten. Zo wordt het bij wet mogelijk gemaakt om huurovereenkomsten van maximaal twee jaar voor zelfstandige woningen en huurovereenkomsten van maximaal vijf jaar voor onzelfstandige woningen te sluiten. Deze huurovereenkomsten eindigen na de afgesproken termijn van rechtswege en zijn niet aan de wettelijke opzeggingsformaliteiten gebonden. Wel moet door de verhuurder tijdig en deugdelijk een kennisgeving aan de huurder worden gezonden met onder andere de mededeling, dat de huurovereenkomst eindigt. Gebeurt deze kennisgeving niet tijdig en deugdelijk, dan ontstaat er in beginsel een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

 

Zoals reeds uit deze column blijkt, zijn er dan ook een behoorlijk aantal zaken die veranderen. Daarbij komt dat vele zaken in deze column nog niet expliciet zijn benoemd. U doet er dan ook verstandig aan bij eventuele vragen over het huurrecht een advocaat in te schakelen.


Heeft u vragen naar aanleiding van deze column met betrekking tot uw specifieke situatie en wilt u bijvoorbeeld weten of uw overeenkomst voldoet aan de wettelijke vereisten, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten, of bezoek onze website:
www.folkers-advocaten.nl.


Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 13495

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

 Gerold Kroon

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:

 

Mijn werkgever heeft mij gisteren een concept-beëindigingsovereenkomst voorgelegd ter beoordeling. De reden van de beëindiging van mijn dienstverband is gelegen in bedrijfseconomische omstandigheden. Door mijn werkgever is aan mij medegedeeld dat de concept-beëindigingsovereenkomst zo is opgesteld dat ik een uitkering op grond van de Werkloosheidswet zal gaan ontvangen via het UWV. Waar moet ik op letten in het kader van de beoordeling van de concept-beëindigingsovereenkomst?

 

  Antwoord:

 

Het antwoord op de door de lezer gestelde vraag laat zich niet (geheel) samenvatten in deze column. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna te noemen: UWV) verzorgt in Nederland de uitvoering van werknemersverzekeringen zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet et cetera.

Iedere aanvraag wordt door het UWV apart beoordeeld en behandeld. Het is dan ook van belang dat de beëindigingsovereenkomst nauwkeurig wordt beoordeeld of alle formaliteiten, alsmede inhoudelijke afspraken tussen partijen, goed zijn vastgelegd.

Bij het beoordelen van de in acht te nemen formaliteiten kunt u onder andere denken aan de reden van de beëindiging van het dienstverband, het in acht nemen van de (fictieve) opzegtermijn, alsmede de datum waarop de beëindigingsovereenkomst definitief wordt ondertekend. Indien bijvoorbeeld de (fictieve) opzegtermijn niet in acht wordt genomen, dan heeft u mogelijk over een bepaalde periode geen recht op inkomen c.q. uitkering.

Daarnaast verdienen de inhoudelijk gemaakte afspraken met uw werkgever de nodige aandacht. Indien in uw arbeidsovereenkomst een relatie- en/of concurrentiebeding is opgenomen, dan is het van belang dat bijvoorbeeld in de beëindigingsovereenkomst wordt opgenomen dat u daaraan niet zal worden gehouden na beëindiging van het dienstverband. Het is van belang dat daar expliciet een opmerking over wordt geplaatst, nu een algemene bepaling betreffende finale kwijting over en weer niet automatisch dekkend is.

Zo is door de Rechtbank Overijssel d.d. 10 mei jl. geoordeeld dat een opgenomen bepaling aangaande finale kwijting niet automatisch eveneens de desbetreffende werknemer vrijstelt van het overeengekomen relatie- en/of concurrentiebeding in de desbetreffende arbeidsovereenkomst. Het is dan ook van belang dat de afspraken zoals partijen die overeenkomen bij beëindiging van de arbeidsrelatie deugdelijk en volledig worden vastgelegd.

Ter waarborging van de belangen van de werknemer, is met de komst van de Wet werk en zekerheid een extra maatregel getroffen. Zo heeft de werknemer de mogelijkheid om binnen twee weken na datum totstandkoming van de overeenkomst door middel van een schriftelijk aan de werkgever gerichte verklaring de beëindigingsovereenkomst te ontbinden. Het is in dat kader van belang dat u zich deugdelijk laat adviseren over de eventuele consequenties van een ontbinding van de beëindigingsovereenkomst.

Zoals uit deze column blijkt, zijn er dan ook een behoorlijk aantal zaken waarop moet worden gelet bij de beoordeling van een beëindigingsovereenkomst. Daarbij komt dat vele zaken - afhankelijk van uw persoonlijke casus - in deze column niet expliciet zijn benoemd. U doet er dan ook verstandig aan uw beëindigingsovereenkomst te laten controleren door een deskundig advocaat.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze column met betrekking tot uw specifieke situatie en wilt u bijvoorbeeld weten of uw overeenkomst voldoet aan de wettelijke vereisten, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten, of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 11641

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:

 

 Wat zijn incassokosten en wanneer mogen er incassokosten bij een consument in rekening worden gebracht?

 

  Antwoord:

 

Incassokosten zijn kosten die een schuldeiser maakt om een geldvordering te innen die de schuldenaar niet uit zichzelf betaalt en die door de schuldeiser aan de schuldenaar worden doorberekend. Het is een vergoeding voor redelijke kosten ter verkrijging van betaling buiten rechte, zoals staat vermeld in artikel 96 lid 2 onder c van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Naast de incassokosten mogen er - bij een te late betaling - bij een schuldenaar die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (een consument), geen aanmaningskosten, herinneringskosten of administratiekosten in rekening worden gebracht.

De schuldenaar bij een consumentenvordering is bij een te late betaling (indien hij in verzuim is) niet meteen incassokosten verschuldigd. Voordat er incassokosten in rekening mogen worden gebracht, moet er allereerst een kosteloze aanmaning aan de schuldenaar worden verzonden waarin staat aangegeven dat de schuldenaar, na ontvangst van de brief, 14 dagen de tijd krijgt om de vordering alsnog (zonder incassokosten) te betalen (de 14-dagen brief). In de 14-dagen brief moet onder andere duidelijk staan omschreven wat de gevolgen zijn indien er niet op tijd tot een volledige betaling wordt overgegaan, waaronder het exacte geldbedrag dat in rekening zal worden gebracht indien de schuldenaar de vordering niet betaalt.

Een onjuiste of onvoldoende duidelijke aanzegging van de termijn leidt in een gerechtelijke procedure tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

De schuldenaar bij een consumentenvordering krijgt door deze 14-dagen brief een waarschuwing, zodat hij niet meteen na het intreden van het verzuim geconfronteerd wordt met extra kosten.

De hoogte van de incassokosten (met een minimum van € 40,00) staan vermeld in het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, welke op 1 juli 2012 in werking is getreden.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze column met betrekking tot uw specifieke situatie en wilt u bijvoorbeeld weten of uw brief voldoet aan de wettelijke vereisten, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten, of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 9719

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

 Henk Folkers

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:

 

 Wanneer mag een werknemer op staande voet worden ontslagen?

 

 Antwoord:

 

De door de lezer opgeworpen vraag is dermate algemeen dat in deze column enkel in zijn algemeenheid zal worden ingegaan op het onderwerp ontslag op staande voet. Voor ontslag op staande voet heeft een werkgever een dringende reden nodig, zoals onder andere staat omschreven in art. 7:678 BW.

 Bij opzegging door de werkgever wegens dringende redenen, kan men denken aan de situatie dat de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering dan wel bedrog waardoor de werknemer het vertrouwen van de werkgever schendt. Indien de werkgever de dringende reden kan bewijzen met documentatie, zal in de praktijk  onverwijld aan de werknemer het ontslag worden aangezegd, dit onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden. Indien de werkgever de regels daaromtrent niet in acht neemt, is de werkgever schadeplichtig. De werkgever dient te beoordelen of er sprake is van een dringende reden, waarbij de werkgever eveneens dient te kijken naar de aard, de ernst van het handelen van werknemer, de duur van de arbeidsovereenkomst en onder andere de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. De dringende reden dient zodanig te zijn dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd om de overeenkomst te laten voortduren.

 

De werknemer kan ook een beroep doen op een dringende reden voor het onverwijld opzeggen van zijn arbeidsovereenkomst, indien in de desbetreffende situatie in redelijkheid niet van de werknemer kan worden verlangd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Zo is bijvoorbeeld een dringende reden voor de werknemer aanwezig, indien de werkgever (structureel) het loon niet op de daarvoor bepaalde tijd voldoet. Eveneens geldt voor de werknemer dat, zodra bekend wordt dat er sprake is van een dringende reden, snel moet worden gehandeld et cetera. De dringende redenen voor de werknemer zijn onder andere vermeld in art. 7:679 BW.

 

Vormt de column voor u aanleiding tot het stellen van nadere vragen over dit onderwerp, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18:00 uur tot 20:00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 9729

 

Gerold Kroon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vraag van de week:

 

 Naar aanleiding van de column in de maand november 2014 over de wijzigingen in het arbeidsrecht, wordt op verzoek van de lezer in deze column aandacht besteed aan een arbeidsrechtelijke wijziging met ingang 1 juli 2015.

 

 Antwoord:

 

Met ingang van 1 juli 2015 wordt de ontslagroute grotendeels afhankelijk gesteld van de ontslaggrond. Zo geeft de wet vanaf 1 juli 2015 een limitatieve opsomming van redelijke gronden voor ontslag. De wet benadrukt daarbij dat de werkgever in beginsel steeds de algemene verplichting heeft om te bezien of de werknemer (al dan niet met behulp van scholing) binnen redelijke termijn herplaatsbaar is binnen de organisatie in een andere passende functie.

 

Met ingang van 1 juli 2015 is het UWV bevoegd kennis te nemen van verzoeken tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de (redelijke) gronden van bedrijfseconomisch ontslag en van langdurige arbeidsongeschiktheid. In de overige (in de wet genoemde) gevallen, is de kantonrechter bevoegd de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Naast de zojuist genoemde mogelijkheden, kunnen werkgever en werknemer uiteraard de overeenkomst ook beëindigen door middel van een zogenoemde beëindigingsovereenkomst. Het is echter van belang dat deze overeenkomst is toegesneden op de nieuwe wetgeving.

 

Heeft u vragen over de column? Wilt u een beëindigingsovereenkomst laten controleren door één van onze advocaten of deze overeenkomst voldoet aan de (nieuwe) wetgeving, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten, of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18:00 uur tot 20:00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 9448

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

Vraag van de week:

 

 

Na jaren naar tevredenheid te hebben gefunctioneerd in een functie binnen de automatisering, is door mijn werkgever recentelijk aan mij medegedeeld dat men tot beëindiging van mijn arbeidsovereenkomst wenst over te gaan. Waar dien ik rekening mee te houden in het kader van het aangaan van een nieuw arbeidscontract, dit gelet op de wetswijzigingen op het gebied van het arbeidsrecht met ingang van het jaar 2015?

 

 Antwoord:

 

De door de lezer gestelde vraag is dermate algemeen, dat in deze column enkel een aantal wijzigingen binnen het arbeidsrecht worden besproken met ingang van 1 januari 2015. Met ingang van 1 januari 2015 worden nadere eisen gesteld aan de opname van een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. Zo is het onder andere niet mogelijk om een concurrentiebeding overeen te komen bij contracten voor bepaalde tijd. Bij voormelde uitspraak dient een kanttekening te worden geplaatst, nu de werkgever op grond van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen alsnog een concurrentiebeding kan laten opnemen in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

 

Verder wordt door de wetgever strikt de vinger aan de pols gehouden ten aanzien van de proeftijd in de arbeidsovereenkomst. Zo is het niet mogelijk een proeftijd op te nemen in een contract voor bepaalde tijd voor de duur van 6 maanden (of korter).

 

Voorts dient de werkgever een werknemer bij een contract voor bepaalde tijd, uiterlijk een maand voordat voornoemde overeenkomst van rechtswege eindigt, nader te informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.Voornoemde aanzegverplichting geldt onder meer bij overeenkomsten die zijn aangegaan voor een periode van ten minste 6 maanden. Indien de werkgever de aanzegverplichting in het geheel niet is nagekomen, is de werkgever aan de werknemer een vergoeding verschuldigd van maximaal 1 maandsalaris.

 

In deze column zijn slechts enkele wijzigingen in het arbeidsrecht aangestipt met ingang van 1 januari a.s. Mocht u zich op dit moment bevinden in de fase van het beëindigen c.q. aangaan van een arbeidsovereenkomst, dan is het verstandig u nader te laten informeren door een van onze advocaten.

 

Vormt de column voor u aanleiding tot het stellen van nadere vragen over dit onderwerp, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18:00 uur tot 20:00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hits: 5531

 

 

Vraag van de week:

Na jarenlang met kennissen (in goede harmonie) te zijn omgegaan, heeft er (over en weer) een lening van een geldsom plaatsgevonden. Nu wens ik de financiën te ordenen en de door mij aan de kennissen verstrekte (opeisbare) lening ter hoogte van € 2.500,- in mindering te brengen op de door de kennis aan mij verstrekte lening ter hoogte van € 2.100,-. De kennis reageert echter niet op mijn verzoeken. Wat zijn nu mijn mogelijkheden?

 

 Antwoord:

De opgeworpen vraag, ziet op het leerstuk van de verrekening. De wet biedt u in artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheid om – indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan – tot verrekening over te gaan.

U dient door middel van een verklaring van uw zijde de desbetreffende kennis mede te delen dat u tot verrekening wenst over te gaan. Deze verklaring is – in beginsel – vormvrij. U kunt uw voornemen om tot verrekening over te gaan dan ook mondeling aan uw kennis meedelen. Een schriftelijk (aangetekende) verklaring verdient echter de voorkeur, gelet op de mogelijke bewijsrechtelijke problemen die op deze wijze kunnen worden voorkomen.

 

U dient echter wel bevoegd te zijn om tot verrekening over te gaan. U bent bevoegd, indien er over en weer een lening van geldsommen heeft plaatsgevonden (wederkerig schuldenaarschap). Het is daarbij van belang dat u er zeker van bent dat de prestatie (schuld) van de kennis jegens u, beantwoordt aan de openstaande schuld van u jegens de kennis. De gedachte achter voornoemde voorwaarde is, dat u uw schuld (ter hoogte van € 2.100,-) jegens de kennis voldoet met hetgeen u van uw kennis te vorderen heeft (namelijk een geldbedrag ter hoogte van € 2.500,-). Verder dient onder andere de vordering jegens uw kennis opeisbaar te zijn.

 

Wanneer de drempel van de bevoegdheidsvraag is genomen, dan dient het geldbedrag dat vervolgens als saldo overblijft (in uw situatie € 400,-) alsnog door uw kennis te worden voldaan. Door over te gaan tot verrekening, beperkt u eventuele incassorisico’s bij het incasseren van uw vordering.

 

Bij leningen die in het verleden zijn aangegaan, kan discussie ontstaan omtrent de verjaring van de desbetreffende lening. De rechtsvordering tot betaling van de openstaande vordering kan verjaren, maar op grond van artikel 6:131 van het Burgerlijk Wetboek verjaart de bevoegdheid tot verrekening van de desbetreffende rechtsvordering niet.

 

Vormt de column voor u aanleiding tot het stellen van nadere vragen over dit onderwerp, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18:00 uur tot 20:00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

Hits: 13102

Geplaatst door op in Uncategorized

 

 

Vraag van de week:

Na jarenlang eigenaar van een restaurant te zijn geweest, wil ik graag mijn werkzaamheden wat rustiger aan gaan doen en mijn zaak verkopen. Waar dien ik als ondernemer rekening mee te houden? 

 

 Antwoord:

De door de lezer opgeworpen (advies)vraag, is breed geformuleerd en het is van belang dat bij dergelijke kwesties op voorhand wordt nagegaan welke mogelijke risico’s er zijn aan (weerszijden van) de onderhandelingstafel. In deze column worden een aantal onderwerpen aangestipt welke van belang zijn bij verkoop van de onderneming. Daarbij dient onder andere te worden gekeken naar de feitelijke omstandigheden, meer specifiek naar hetgeen wordt verkocht en of er sprake is van personeel waarmee rekening dient te worden gehouden.

 

Gelet op hetgeen zojuist is gepasseerd, dienen er door u als ondernemer een aantal afwegingen te worden gemaakt. U kunt hierbij denken aan overwegingen op ondernemingsrechtelijk gebied, bijvoorbeeld de (mogelijke) aandelenoverdracht in het geval van verkoop van een besloten vennootschap.


Verder dienen mogelijk een aantal arbeidsrechtelijke afwegingen te worden gemaakt. Zo rust er in beginsel op de arbeidsovereenkomst van uw personeel een opzegverbod wegens overgang van onderneming. Het is derhalve wel denkbaar dat uw werknemers met een beroep op overgang van onderneming (ten gevolge van een overeenkomst), stellen van rechtswege in dienst te zijn getreden bij de kopende partij (hierna te noemen verkrijger).

Van overgang van onderneming is sprake wanneer de identiteit van het restaurant na de overgang (duurzaam) bewaard blijft. Hierbij kan worden gedacht aan het restaurant dat wordt overgedragen aan de verkrijger, welke verkrijger vervolgens met de desbetreffende inventaris en dezelfde bedrijfsnaam het restaurant runt. Het verdient aanbeveling om bij aan- en verkoop van een onderneming na te gaan of in het desbetreffende geval zich overgang van onderneming voordoet.

Mocht inderdaad blijken dat uw werknemers zijn overgegaan door middel van overgang van onderneming, dan is het voor u als ondernemer van belang te weten dat u gedurende het eerste jaar na overgang hoofdelijk aansprakelijk blijft naast de verkrijger voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst die zijn ontstaan vóór het tijdstip van overgang.

Het is in dat kader van belang dat u zich goed laat adviseren over dit onderwerp. Mocht u nadere vragen hebben over dit onderwerp, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten of bezoek onze website: www.folkers-advocaten.nl.

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (ook telefonisch) spreekuur van 18:00 uur tot 20:00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340.

 

 

 

 

 

 

Hits: 6688

 

 

Vraag van de week:

Laatst heb ik de auto van mijn vrouw naar de garage gebracht om de winterbanden te laten vervangen door zomerbanden, dit tegen een vaste actieprijs, welke prijs vooraf is betaald. Wanneer mijn vrouw vervolgens aan het einde van de dag de auto wil ophalen, wordt de auto niet aan haar gegeven, nu er een factuur voor een APK-beurt in het verleden niet volledig zou zijn voldaan. Wij betwisten de vordering van de garagehouder en wij vragen ons bovendien af of de garagehouder dit zomaar op deze wijze mag doen?

 

 Antwoord:

Het door de lezer opgeworpen rechtsprobleem is een nare situatie, waar men vaak onbedoeld mee in aanraking komt. Het juridisch middel welke de garagehouder heeft aangewend, noemt men het uitoefenen van retentierecht ex artikel 3:290 Burgerlijk Wetboek. Het retentierecht is de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt om de nakoming van zijn verplichting tot afgifte (van in uw situatie de auto) aan de schuldenaar op te schorten, totdat de vordering wordt voldaan. Zoals blijkt uit voornoemde omschrijving, dient het te gaan om in de wet aangegeven gevallen. 

 

Het is derhalve van belang dat u nagaat of de opeisbare vordering waarop de garagehouder zich beroept, daadwerkelijk jegens u opeisbaar is. U kunt daarbij denken aan het ter hand stellen van stukken waaruit blijkt dat u voornoemde factuur reeds heeft voldaan, dan wel de gestelde factuur van de garagehouder betwisten met onderliggende stukken.

Mocht de garagehouder volharden in de uitoefening van zijn retentierecht, dan kunt u door middel van een gerechtelijke procedure trachten te bewerkstelligen dat het goed, in dit geval uw auto, wordt afgegeven en het retentierecht wordt opgeheven. Daarbij heeft u tevens de mogelijkheid om de geleden schade te verhalen op de garagehouder. In dergelijke zaken is handelen op korte termijn geboden. Het is in dat kader van belang dat u zich laat bijstaan door een specialist op dit gebied. Mocht u nadere vragen hebben over dit onderwerp, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met één van onze advocaten om u dienaangaande te laten voorlichten.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (alsmede telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen, zowel particulier als ondernemer. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

 

 

 

 

 

Hits: 4820

 

 Vraag van de week:

Ik huur een woonhuis met gebreken, moet de verhuurder dit oplossen?

 Antwoord:

Dit is afhankelijk van de vraag om wat voor soort problemen het gaat. De verhuurder is in beginsel verplicht om een deugdelijke woning te leveren en deze te onderhouden. De huurder heeft echter ook (kleine) onderhoudsverplichtingen. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan het witten en behangen van de binnenmuren en plafonds, kleine reparaties aan deuren, ramen en kozijnen (schoonmaken, onderhoud hang- en sluitwerk, vervanging/bijmaken van sleutels etc.) en reparaties en vervanging van schakelaars, stopcontacten etc.

 

De grote onderhoudsverplichtingen komen in beginsel voor rekening van de verhuurder. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan grote reparaties en vervanging van kapotte deuren, kozijnen, elektriciteitsbedrading en groepenkasten etc.

Indien bijvoorbeeld uw keukenblok, aanrechtblad en kastjes vervangen dienen te worden, dan komt dit in beginsel voor rekening van de verhuurder. Hetzelfde geldt voor grote reparaties en vervanging van dakgoten en schoorstenen etc.

Indien u bijvoorbeeld aanzienlijke gebreken heeft aan uw woning, is het verstandig om eerst contact te zoeken met uw verhuurder om te bekijken of de verhuurder bereid is om deze problemen in goed onderling overleg op te lossen. Weigert uw verhuurder elke medewerking, dan heeft u onder ander de mogelijkheid om, bijvoorbeeld via een procedure bij de rechtbank, uw rechten af te dwingen. Het is in dat geval verstandig om tijdig contact te zoeken met één van onze advocaten.

  

Wilt u meer weten over deze of andere onderwerpen? U kunt vrijblijvend en kosteloos contact opnemen met één van onze advocaten.

 

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (alsmede telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen, zowel particulier of ondernemer. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

 

 

 

 

 

 

Hits: 4106

 

 Vraag van de week:

 Ik heb 10 jaar geleden een klein appartement gekocht. Op dit moment woon ik in mijn nieuw gekochte huis en staat mijn kleine appartement leeg. Ik wil graag mijn huis verhuren, zonder dat ik permanent vast zit aan huurders, want ik heb mijn appartement te koop staan en wil dit graag zonder huurders kunnen verkopen. Ook wil ik graag wanneer ik mijn woning verhuur een goede huurprijs vragen, want als het goed is kan ik bij verhuur de hypotheekrente die ik betaal voor het kleine appartement niet meer fiscaal aftrekken van mijn inkomen. Kunt u mij verdere inlichtingen geven?

 Antwoord:

 U lijkt er verstandig aan te doen om uw woning te verhuren met een vergunning op grond van de Leegstandwet. U kunt een dergelijke vergunning aanvragen bij (het college van) Burgemeester en wethouders. Indien de woning daadwerkelijk leegstaat en u voldoet onder andere aan de bepalingen van artikel 15 lid 3 van de Leegstandwet, dan zal een dergelijke vergunning aan u worden verleend. U kunt uw woning dan verhuren, zonder dat u gelijk permanent vastzit aan de huurders.

Als u een vergunning krijgt verleend op grond van de Leegstandwet, dan is het wel belangrijk dat u zich realiseert dat u als verhuurder wel degelijk bepaalde verplichtingen heeft en er zich daarnaast ook andere problemen kunnen ontstaan. Voldoet u niet aan uw verplichtingen, dan kan onder andere alsnog een zogenaamde permanente huurovereenkomst ontstaan. Zo dient u - zonder daarin uitputtend te zijn - onder andere de huurovereenkomst schriftelijk aan te gaan en daarnaast voor u als verhuurder een minimale opzegtermijn van 3 maanden te hanteren. Daarnaast kan onder andere nog het theoretische probleem ontstaan dat de huurders uw woning niet willen verlaten. U dient in het laatstgenoemde geval alsnog rechtsmaatregelen te (laten) nemen.

Verder is het zo dat u inderdaad uw hypotheekrente van de hypotheek op uw kleine appartement niet meer fiscaal kunt aftrekken, op het moment dat u het appartement heeft verhuurd. Sinds 1 juli 2013 heeft u echter in principe de mogelijkheid om zelf de hoogte van de huurprijs te bepalen. Het staat u dan ook vrij om een goede huurprijs te vragen. Het is veelal verstandig om u in huurkwesties als de onderhavige bij te laten staan door een advocaat.

 Wilt u meer weten over deze of andere onderwerpen? U kunt vrijblijvend en kosteloos contact opnemen met één van onze advocaten.

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (alsmede telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen, zowel particulier of ondernemer. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

 

 

 

 

 

 

Hits: 4079

 

 Vraag van de week:

 

Ik huur op het moment een woonhuis. Mag een verhuurder zomaar de huur opzeggen?

 

 

Antwoord:

 

Het antwoord op de gestelde vraag is nee. Om de huurovereenkomst te kunnen beëindigen, dient de verhuurder een goede reden te hebben.


 

Voor woningen geldt dat de huur mag worden beëindigd met wederzijds goedvinden, nadat de huurovereenkomst is ingegaan. Een andere mogelijkheid is om de huur te beëindigen door opzegging. Opzeggen moet altijd plaatsvinden via exploot of aangetekende brief. Hieronder wordt nader ingegaan op opzegging door de verhuurder.

 

De verhuurder dient bij de opzegging een aantal regels in acht te nemen, zoals de termijnen. De minimale opzegtermijn voor de verhuurder is in beginsel drie maanden. Daarnaast moet de verhuurder gronden aanvoeren waarom hij de huur wil beëindigen. De gronden die de verhuurder mag aanvoeren zijn door de wetgever in de wet vastgelegd. Verder moet de verhuurder in de (aangetekende) brief aan de huurder vragen of door de huurder wordt ingestemd met de opzegging. Stemt de huurder niet in met de opzegging of laat hij niets horen, dan blijft de huurovereenkomst bestaan. Het is dan aan de verhuurder om het verzoek tot beëindiging voor te leggen aan de rechter.

 

 Kantoortip

Tijdelijke verhuur van woonruimte is slechts in een paar uitzonderingsgevallen mogelijk. Zo is het onder andere op grond van de leegstandswet mogelijk om uw woning tijdelijk te verhuren. Om hiervoor in aanmerking te komen dient u onder andere te beschikken over een vergunning verleend door het college van B & W. Om voor een vergunning in aanmerking te komen dient u echter wel aan een aantal voorwaarden te voldoen.

 

Wilt u meer weten over deze of andere onderwerpen? U kunt vrijblijvend en kosteloos contact opnemen met één van onze advocaten.

Ook hebben wij iedere tweede en vierde donderdag van de maand gratis (alsmede telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen, zowel particulier of ondernemer. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

 

 

 

 

 

 

Hits: 4019

 

 Vraag van de week:

 

Mag een werkgever mij zomaar ontslaan tijdens een reorganisatie?

Antwoord:

 

In beginsel is het antwoord nee. Er zijn verschillende manieren voor ontslag. Zo kunt u denken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Partijen stellen dan een vaststellingsovereenkomst op waarin de voorwaarden voor ontslag worden vastgelegd. De werkgever kan er ook voor kiezen om een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen bij de kantonrechter.  U kunt dan verweer voeren tegen de argumenten van de werkgever.

 

Één van de meest voorkomende vormen van ontslag is opzegging van het arbeidscontract. Uw werkgever heeft voor opzegging een ontslagvergunning nodig van het UWV Werkbedrijf en dient zich te houden aan de in de wet genoemde opzegtermijnen. De ontslagvergunning wordt niet automatisch verleend. Het is altijd verstandig om verweer te voeren tegen het ontslag. De advocaten van Folkers Advocaten staan u hierbij graag terzijde.

 

Kantoortip (gebrek aan uw koopwoning)

   

Indien u pas eigenaar bent geworden van een woning, kan het zijn dat u na het aangaan van de koopovereenkomst (verborgen) gebreken aantreft. Helaas komt het vaak voor dat de koper  niet juist is voorgelicht over de staat van de woning. Dat is in strijd met het recht. De verkoper heeft een mededelingsplicht. Daar staat tegenover de onderzoeksplicht van de koper. Van u wordt verwacht dat u onderzoek verricht naar de staat van de woning. Indien u na de koop een gebrek ontdekt, dan kunt u in sommige gevallen de verkoper hiervoor aansprakelijk stellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als aannemelijk is dat de verkoper op de hoogte was van het gebrek. Verder moet de woning geschikt zijn voor normaal gebruik. Indien het gebrek zo ernstig is dat de woning hier niet aan voldoet, dan kunt u in veel gevallen de verkoper aansprakelijk stellen.


Wilt u meer weten over deze of andere onderwerpen? U kunt vrijblijvend en kosteloos contact opnemen met één van onze advocaten.

Ook hebben wij iedere donderdag gratis (alsmede telefonisch) spreekuur van 18.00 uur tot 20.00 uur. U kunt zonder afspraak binnenlopen, zowel particulier of ondernemer. Ons kantoor is te bereiken op telefoonnummer: 0183-745340 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

 

 

 

 

 

 

Hits: 3687

Waar vindt u ons?

Waar vindt u ons? Bereken hier de route

Onze Column

Henk Folkers
Transitievergoeding en de AOW-gerechtigde werknemer
                      Vraag van de week:  Over e...
Continue Reading...
Henk Folkers
Huurrecht
                    Vraag van de week: Ik woon op dit momen...
Continue Reading...

Neem contact met ons op

Contact

E-mail(*)
Ongeldig e-mailadres.

Onderwerp(*)
Voer een onderwerp

Bericht(*)
Voer een bericht

Vul de code in(*)
Vul de code in
  VernieuwOngeldige invoer